Wie Bhutan bezoekt, komt vaak uit bij de bekende plekken in het westen van het land, zoals Paro, Thimphu en Punakha. Maar wie verder reist richting het oosten ontdekt een heel andere kant van Bhutan: rustiger, ongerept en nog zeer traditioneel met diepgewortelde cultuur. Je leest hier waarom het ontdekken van Oost-Bhutan de moeite waard en wat de hoogtepunten zijn in deze regio.
Oost-Bhutan wordt door slechts een fractie van de jaarlijkse bezoekers aan Bhutan bezocht. Dat maakt dit gebied perfect voor reizigers die verder willen kijken dan de bekende hoogtepunten. De regio voelt afgelegen en onaangetast. Dorpen liggen verspreid tussen groene valleien en bergpassen, lokale gemeenschappen leven volgens eeuwenoude gebruiken en bezoekers krijgen een inkijk in een manier van leven waarin spiritualiteit, natuur en gemeenschap centraal staan.
Trashigang is één van de meest oostelijke steden die je kunt bezoeken tijdens een rondreis Bhutan. Vanuit hier kun je routes volgen naar de meest afgelegen delen van de regio. De dichtsbijzijnde luchthaven is Yonphula, vanaf hier is het nog ongeveer 1,5 uur rijden naar Trashigang. Vroeger was deze stad een belangrijke handelspost tussen Tibet en Bhutan. Breng hier zeker een bezoek aan de indrukwekkende Dzong, gebouwd in 1667, dat diende eeuwenlang als het administratieve hart van de regio.
In de bergen in het oosten van Trashigang wonen de Brokpa, een (semi-nomadische) yak-hoedende gemeenschap met een geheel eigen taal, kleding en tradities. De opvallend gespikkelde hoeden van yakhaar die de Brokpa dragen, zijn nergens anders in Bhutan te zien. De dorpen Merak en Sakteng liggen op meer dan 3.000 meter hoogte en zijn te voet op te paard bereikbaar. Een bezoek hier voelt als een reis terug in de tijd.
Mongar ligt op de route tussen Centraal- en Oost-Bhutan en is voor veel reizigers de toegangspoort tot het oosten. De weg ernaartoe is al een belevenis op zich, je rijdt over kronkelende bergwegen met spectaculaire uitzichten over valleien, bossen en kleine dorpjes. Vanaf hier kom je echt in het minst toeristische deel van Bhutan.
De Bhutaanse koninlijke familie komt oorspronkelijk uit Lhuntse, de meest afgelegen en minst bezochte vallei van Oost-Bhutan. De regio staat bekend om Kishuthara, een van de fijnste en meest gewaardeerde vormen van traditoneel Bhutanaas weefwerk. In de dorpjes rond Lhuntse kun je wevers nog met de hand aan het werk zien.
Reistip: reken vanwege de bergwegen op langere reisdagen dan de afstanden op de kaart/Google Maps doen vermoeden. Neem de tijd, juist de rit zelf is al een mooi onderdeel van jouw rondreis door Bhutan!
De beste periodes om Oost-Bhutan te bezoeken zijn maart tot mei (lentebloei) en september tot november (helder weer, goed zicht op de bergen).
De zomermaanden brengen moesonregens die wegen in dit heuvelachtige gebied kunnen bemoeilijken.
Het kan, maar de meeste reizigers combineren Oost-Bhutan met de bekendere westelijke regio’s zoals Paro en Thimphu voor een completer beeld van het land.
Reken op minimaal 5 tot 7 dagen om de regio goed te verkennen, inclusief de reistijd vanuit Centraal-Bhutan.
Er zijn routes voor verschillende niveaus, maar de trektochten naar Merak en Sakteng vergen een goede conditie vanwege de hoogte en het onverharde terrein.
De grotere afstand tot de internationale luchthaven in Paro, gecombineerd met een beperktere toeristische infrastructuur, heeft ervoor gezorgd dat Oost-Bhutan zich minder heeft ontwikkeld als reisbestemming dan West-Bhutan.